Het lijkt soms oneerlijk dat je gewicht blijft stijgen, terwijl je zo goed je best doet. Wat is de reden dat dit gebeurt? Vergeet je iets of is het gewoon onmogelijk om je doel te bereiken? In deze blog leg ik je uit waarom deze situatie veel voorkomt bij afvallers.
Zo herkenbaar...
Je staat op de weegschaal, je hebt al weken je voeding op orde, je bent consistent met bewegen én je slaapt redelijk.
En toch… het getal op die weegschaal loopt op. Terwijl je alles goed doet.
Dat frustreert. Dat knaagt. Je vraagt je af of je iets fout doet, of je lichaam misschien tegenwerkt, of je misschien toch te weinig of te veel doet. Je bent niet de enige die dit meemaakt. Het is eigenlijk heel normaal, maar wordt bijna nooit goed uitgelegd.
Want kijk: een getal op een weegschaal is geen perfecte spiegel van wat er in je lijf gebeurt.
Het is een momentopname van een dynamisch systeem. Gedrag en resultaat zijn niet altijd synchroon. Soms loopt het lijf gewoon op z’n eigen tempo.
In deze blog gaan we niet doen alsof het simpel is. Dat is het namelijk niet. Maar we gaan duidelijk maken wat er kan gebeuren, waarom de weegschaal soms omhoog gaat terwijl je goed bezig bent en wat dat echt betekent.
Geen snelle antwoorden, maar wél betrouwbare uitleg zodat je weer weet waar je staat.
Gewicht is geen stabiele maat
Veel mensen behandelen hun gewicht alsof het een vast gegeven is. Alsof het lichaam elke dag netjes laat zien wat er gebeurt. In werkelijkheid is gewicht allesbehalve stabiel.
Je lichaamsgewicht bestaat uit meerdere onderdelen. Vetmassa is er daar één van, maar ook vocht, darminhoud, spierweefsel en zelfs ontstekingsreacties tellen mee. Die onderdelen veranderen voortdurend. Soms per dag, soms per uur.
Dat betekent dat een hogere meting op de weegschaal niet automatisch betekent dat je bent aangekomen in vet. Het kan net zo goed zijn dat je meer vocht vasthoudt, dat je darmen voller zijn of dat je lichaam herstelt van inspanning. Dat zie je niet, maar de weegschaal telt het wel mee.
Daar komt bij dat gedrag en lichaamsreacties niet altijd tegelijk lopen. Je kunt vandaag iets veranderen in je voeding of beweging, terwijl het effect pas later zichtbaar wordt. Het lichaam werkt niet in één lijn. Het reageert in fases, soms met vertraging.
Dit is ook de reden waarom losse weegmomenten weinig zeggen. Eén meting is een momentopname. Pas als je over een langere periode kijkt, ontstaat er een patroon. En zelfs dan blijft het belangrijk om te begrijpen wat je eigenlijk meet.
Als je dus merkt dat je gewicht stijgt terwijl je op dezelfde manier bezig blijft, zegt dat vooral dit: je lichaam is in beweging. Alleen niet altijd op de manier die je direct terugziet op de weegschaal.
In de volgende hoofdstukken gaan we dieper in op de meest voorkomende oorzaken van zulke schommelingen. Zodat je beter leert onderscheiden wat ruis is en wat daadwerkelijk een verandering in vetmassa betekent.
Vocht vasthouden is vaak de grootste boosdoener
Een van de meest voorkomende redenen waarom je gewicht tijdelijk stijgt, is vocht vasthouden. En dat gebeurt sneller dan veel mensen denken.
Je lichaam gebruikt water voor bijna alles. Voor transport van voedingsstoffen, voor temperatuurregeling en voor herstel. De hoeveelheid vocht die je vasthoudt kan van dag tot dag flink verschillen. Dat zie je direct terug op de weegschaal.
Een bekende oorzaak is een verandering in voeding. Als je meer koolhydraten eet dan je gewend was, slaat je lichaam extra glycogeen op in de spieren en lever. Bij elke gram glycogeen hoort ook water. Dat kan zomaar één tot twee kilo schelen, zonder dat er ook maar een gram vet is bijgekomen.
Ook zout speelt een rol. Een zoutere maaltijd kan ervoor zorgen dat je lichaam tijdelijk meer vocht vasthoudt. Dit effect is meestal kortdurend, maar kan precies op het moment van wegen voor een hogere meting zorgen.
Stress is een andere belangrijke factor. Zowel fysieke stress, zoals intensiever sporten, als mentale stress beïnvloeden hormonen die betrokken zijn bij vochtbalans. In stressvolle periodes zie je vaak meer schommelingen in gewicht, maar dat komt voornamelijk door meer kans op comfortfood (zoutrijk, vetrijk, koolhydraatrijk) per dag. Eten vanuit een emotionele prikkel gebeurt veel.
Bij vrouwen spelen hormonale schommelingen daarnaast een duidelijke rol. Rond bepaalde fases van de menstruatiecyclus houdt het lichaam makkelijker vocht vast. Dat kan frustrerend zijn, zeker als je niet weet dat dit effect tijdelijk is.
Het lastige is dat vocht vasthouden vaak voelt als aankomen. Je kunt je zwaarder voelen, soms wat opgeblazen, en de weegschaal bevestigt dat gevoel. Maar dit zegt niets over je inzet of je vooruitgang op de lange termijn.
Als je gewicht stijgt door vocht, lost dat zich meestal vanzelf weer op zodra het lichaam de balans herstelt. Dat vraagt tijd en vooral rust. Steeds ingrijpen door minder te eten of harder te trainen werkt dan juist tegen je.
In het volgende hoofdstuk kijken we juist naar een andere oorzaak die vaak voor verwarring zorgt: training, spierherstel en de reactie van het lichaam daarop. Dat effect wordt vaak onderschat, maar komt veel voor bij mensen die serieus aan de slag gaan.
Training en spierherstel zorgen ook voor gewichtsschommelingen
Wanneer je begint met trainen of je trainingen intensiever maakt, gebeurt er veel in je lichaam. Alleen zie je dat niet altijd terug op de manier die je verwacht.
Tijdens krachttraining ontstaan kleine scheurtjes in de spieren. Dat is normaal en zelfs nodig om sterker te worden. Het lichaam reageert hierop met herstelprocessen. Daarbij wordt tijdelijk extra vocht vastgehouden en ontstaan lichte ontstekingsreacties. Dat herstel heeft gewicht, ook al heeft het niets te maken met vettoename.
Vooral in de eerste weken van een nieuw trainingsschema komt dit vaak voor. Mensen bewegen meer, voelen zich actiever en fitter, maar zien de weegschaal stilstaan of zelfs omhoog gaan. Dat voelt tegenstrijdig, maar past precies bij wat het lichaam aan het doen is.
Ook als je al langer traint, kunnen veranderingen in trainingsvolume of intensiteit dit effect geven. Meer sets, zwaarder trainen of een nieuwe vorm van belasting vraagt opnieuw aanpassing van het lichaam. Die aanpassing kost tijd en laat zich niet altijd direct vertalen in een lager gewicht.
Daarnaast bouw je bij krachttraining spiermassa op. Spierweefsel is zwaarder dan vetweefsel, maar neemt minder ruimte in. Dat betekent dat je lichaamssamenstelling kan verbeteren terwijl je gewicht gelijk blijft of tijdelijk stijgt. Wie alleen naar de weegschaal kijkt, mist dit verschil. Het verschil moet ook niet overschat worden in het begin van je afval-avontuur met krachttraining. Je kunt nog steeds aanzienlijk gewicht verliezen, terwijl je krachttraining doet.
Het probleem ontstaat vaak wanneer deze schommelingen verkeerd worden begrepen. Mensen gaan minder eten of extra cardio toevoegen, terwijl het lichaam juist herstelt. Dat kan het herstel verstoren en op de lange termijn zelfs tegenwerken.
Als trainen onderdeel is van je aanpak, hoort geduld daar ook bij. Gewichtsschommelingen in deze fase zijn geen signaal dat je het verkeerd doet, maar een teken dat je lichaam zich aanpast.
Goed bezig zijn ziet er niet altijd zo uit
Als je gewicht stijgt terwijl je continu goed bezig bent met je voeding en training, betekent dat niet automatisch dat je iets fout doet. Vaak betekent het juist dat je lichaam aan het werk is. Vochtbalans, herstel en aanpassing spelen een grotere rol dan veel mensen denken.
De weegschaal laat maar een deel van het verhaal zien. Wie alleen daarop stuurt, mist belangrijke info en loopt het risico om goede gewoontes los te laten op basis van een momentopname. Gewichtsschommelingen horen bij een lichaam dat zich aanpast, niet bij falen.
Daarom is het belangrijk om verder te kijken dan één getal. Naar gedrag, naar vasthouden en naar hoe je je voelt in het dagelijks leven. Dat zijn uiteindelijk betere graadmeters voor vooruitgang dan een losse meting op de weegschaal.
Twijfel betekent niet dat je terug moet naar strenger of minder. In veel gevallen betekent het juist dat je moet blijven doen wat je al doet, met iets meer vertrouwen en iets minder haast.
Wie leert begrijpen wat het lichaam laat zien, raakt minder snel in paniek en houdt verandering langer vol. En dat is precies waar duurzame vooruitgang begint.







